Gerrit de Stotteraar alias ‘Koning der uitbrekers’

Over veel Hollandse helden zijn boeken geschreven, ze zijn geëerd met films, straten zijn naar hen vernoemd en standbeelden werden geplaatst. Zodat hun nalatenschap en namen niet vergeten zouden worden. Er zijn ook Hollanders die men liever wilde vergeten; Gerrit Blom alias Gerrit de Stotteraar was zo een Hollander. Hij werd berucht als onverbeterlijke in- en uitbreker en ook wel de ‘Koning der uitbrekers’ genoemd. Een opmerkelijk fout type maar door de toenemende aandacht voor schoften en schurken is Gerrit Blom zeker een man om onder de aandacht te brengen. 

Gerrit Blom werd op 20 januari 1920 in Amsterdam-West geboren als oudste van drie kinderen. Hij groeide op in een katholiek gezin en begon als klein jongetje al spullen te ontfutselen. Bij zijn grootvader maakte hij een gouden zakhorloge buit die hij vervolgens in een ton met palingen gooide. Op vierjarige leeftijd begint zijn spraakvermogen te haperen en al snel kreeg hij de bijnaam Stotteraar. Op school kon hij niet goed meekomen en wordt gepest met het stotteren. Waarop Gerrit zich ontwikkeld als een stille en teruggetrokken jongen. Als Gerrit elf jaar oud is gaan zijn ouders scheiden. Ze hebben veel ruzie en Gerrit en zijn zusjes wonen tijdelijk in een kindertehuis in Beverwijk. Na de scheiding woont hij weer bij zijn moeder en haalt regelmatig streken uit. Hij jat kratten en levert deze in voor statiegeld.

Hierdoor wordt Gerrit onder toezicht geplaatst en krijgt voogden die hem regelmatig opzoeken. Doordat de criminaliteit na de economische crisis groot is treden kinderrechters streng op in die tijd.  Als zijn moeder hertrouwt als Gerrit vijftien is, kan hij niet goed overweg met zijn stiefvader. Met veel moeite maakte Gerrit de lagere school af en gaat werken. Echter houd hij geen een baantje lang vol en maakt op jonge leeftijd al misbruik van de armoede in zijn wijk. Veel huizen hebben deuren die open blijven óf open gaan met een loper die op elk slot past. Zijn buit neemt hij mee op de fiets en na de roof zwaaide hij altijd even naar het zojuist beroofde adres. Zodat de buren dachten dat hij even op bezoek was geweest. Er werdt op hem gescholden omdat hij een dief van de armen was. Op zijn zeventiende wordt hij echter betrapt op het stelen uit een boekenwinkel en moet voor de kinderrechter verschijnen.

Het begin van een lange misdaadcarrière

Doordat Gerrit zich schuldig bleef maken aan kleine strafbare feiten plaatste de kinderrechter hem op zijn vijftiende in het rijksopvoedingsgesticht De Kruisberg in Doetinchem. Daar bleef hij echter niet lang en werd overgeplaatst naar een ander opvoedingsgesticht. Als het kerstavond is weet Gerrit te ontsnappen uit het tehuis en gaat terug naar Amsterdam. Het is dan 1939 en het begin van een lange carrière in de misdaad. Hij pleegt tientallen inbraken en zet een handel in consumptiebonnen op. Tijdens de bezettingsjaren blijft de Stotteraar inbraken plegen en zijn reputatie snelt hem vooruit. Na veroordelingen moet hij straffen van in totaal vier jaar uitzitten. Echter is Gerrit erg behendig en lenig, wat hem goed van pas komt tijdens de in- en uitbraken. Zijn straffen zit hij amper uit door zijn uitbraken en veroordelingen deren hem dan ook niet. Gerrit gaat door met waar hij goed in is en pleegt honderden inbraken in zijn leven. Hij is tot ruim vijfentwintig jaar cel veroordeelt in zijn leven maar heeft er ‘slechts’ zestien jaar ook echt opzitten.

Behendige uitbreker

In het voorjaar van 1943 zit Gerrit vast op politiebureau Stadhouderskade en weet te ontsnappen door houten planken open te breken. Hij wist zichzelf tot onder het washok te slepen en ging door het wasluik. Waarna hij zo langs de bewaarders het bureau uit liep. Zij zagen hem waarschijnlijk aan voor een onschuldige bezoeker. In 1948 haalt Gerrit weer een uitbreek stunt uit, dit keer zit hij vast op politiebureau Spaarndammerstraat. Met in zijn schoenzolen verborgen vijlen weet hij daar de tralies door te vijlen. Kranten kennen hem daarop de titel ‘Kampioen in- en uitbreken’ toe. De Haagse Courant deed daar later een schepje bovenop en gaf hem de bijnaam  ‘Koning der uitbrekers’. Met veel belangstelling werd Gerrit gevolgd door misdaadverslaggevers. Men was benieuwd wanneer hij weer zou uitbreken en er werden weddenschappen gesloten. De inzet was de snelheid waarmee dit ging gebeuren en of hij zijn records zou verbreken.

Door zijn succesvolle uitbraken trekt Gerrit de belangstelling van vele misdaadverslaggevers. In 1956 besluit Gerrit om zijn werkveld te veranderen. In Amsterdam wordt hij in de gaten gehouden en de negatieve aandacht in de pers hebben hem teveel doen opvallen. Hij koopt een auto en verlaat Amsterdam. Gerrit vertrekt naar buitensteden waar niemand hem zal herkennen. Het is dan 1956 en de Stotteraar is niet langer meer een kruimeldief. Hij is een succesvolle inbreker die waardevolle buiten weet te vinden in de rijkere buurten. Zijn auto is daarbij een ideaal hulpmiddel geworden en de zaken gaan goed voor Gerrit.

‘Lovende valse getuigschriften’

Gerrit heeft ooit over zijn misdaadcarrière verklaard dat hij vrijwel genoodzaakt was om te blijven inbreken. Het was voor hem onmogelijk geworden om nog een eerlijke baan te vinden door zijn reputatie als ‘Koning der uitbrekers’. Gerrit heeft wel geprobeerd om eerlijk werk te vinden. Met zijn eigen lovende getuigschriften, voorzien van een stempel van een niet-bestaand transportbedrijf in België. Wist hij een sollicitatiegesprek te krijgen bij de Nederlandse Ford Automobiel Fabriek. Hij zat zelfs in een restaurant met de chef personeels- en arbeidszaken W.J Heikens die hij vol trots zijn getuigschriften en werkgeversverklaringen liet zien.

Werkwijze

Veel moeite voor eerlijk werk heeft Gerrit echter niet gedaan, hij kwam het liefst bij cafe’s op de Nieuwendijk om tipgevers en mogelijke opkopers te treffen voor inbraken. Onder het genot van een drankje besprak hij dan de buit en verzekerde hij zich van een opkoper. In deze tijd ging het met Gerrits welvaart prima en hij was niet langer een ‘dief van de armen’. Wel is hij zijn hele leven een loopjongen gebleven van de ‘grotere jongens’. Als kleine jongen al liet hij zich voor het karretje spannen van de oudere jongens uit de buurt. Die hem vertelde dat zij op de uitkijk bleven staan voor het geval de politie eraan kwam en als volwassen man knapte hij het vuile en gevaarlijke werk op van zijn tipgevers. Tot op hoge leeftijd bleef Gerrit de Stotteraar actief in zijn werkveld en kon goede tips niet weerstaan. In 1986 werd hij voor de laatste keer opgepakt, daarna werd er weinig meer van Gerrit vernomen.

Gevonden in de Amsterdamse Kinkerstraat

Misdaadjournalist Peter R. de Vries heeft vernomen dat Gerrit de Stotteraar op 83-jarige leeftijd is overleden. Hij lag al enkele dagen dood in zijn woning in de Kinkerstraat. Weinigen wisten iets over zijn criminele verleden in de Kinkerbuurt en ‘ meneer B’ zoals zijn buren hem kenden is in stilte overleden. In 2002 heeft historica Hagar Peeters een boek uitgebracht over de ‘De Koning der uitbrekers’ genaamd  Gerrit de Stotteraar, biografie van een boef.